Home
Bestuur
Doelstellingen
Technieklokaal
Nieuws
Foto's
Sponsoren
Jan Tangelder Gorus

Leven, werk en legaat van Jan Tangelder Gorus

Jan Gorus werd geboren op 3 augustus 1829 te Zutphen. Zijn vader Koop Gorus, geboren 21 september 1794 te Elburg, was gerechtsdienaar, een functie vergelijkbaar met die van veldwachter. Zijn moeder Hendrika Tangelder was geboren op 5 juli 1790 te Terborg. Jan was de jongste van vier kinderen. Hij had een broer en twee zusters:Johanna Cornelia geb. 04 februari 1822 te Arnhem, Hendrik geb. 21 maart 1824 te Arnhem en Anna Maria geb. 23 oktober 1827 te Zutphen.

Het gezin vestigde zich eind 1834/begin 1835 te Winterswijk toen de vader van Jan Gorus hier al veldwachter in functie trad. Van 1830 tot 1832 had de oude heer Gorus deelgenomen aan de strijd tegen de Belgen. Hij woonde eerst in de Misterstraat en het huis, dat later nummer 47 kreeg en in de jaren twintig bewoond werd door mej. E. Esselink. Naderhand verhuisde hij naar de Misterstraat 5, bewoond door barbier P.A.E.B. (Peter) Balink, waar Koop Gorus overleed. Men had het niet breed, zodat Jan als schrijnwerkersknecht al jong in de leer ging bij schrijnwerker Theben in de Bosschesteeg, waar later de rijwielzaak van A. Gijsbers kwam.
Jan verhuisde in 1849 naar Amsterdam. Zijn broer Hendrik emigreerde in 1854 naar de Verenigde Staten. Vermoedelijk zijn de twee broers gezamenlijk naar Amerika gegaan. De dochter Cornelia trad in het huwelijk en bleef in Nederland.

Een overzicht van Nederlandse emigranten in de Amerikaanse volkstellingen 1850-1870 vermeldt de aanwezigheid in 1860 van een John Goris uit Holland en een Henry Gorus uit Gelderland, beide reeds 6 jaar woonachtig in de Verenigde Staten. John werd in de telling van 1870 niet meer vermeld en bevond zich toen waarschijnlijk reeds in Australië. In de jaren vijftig van de 19e eeuw waren in Australië rijke goudvelden ontdekt en daarheen richtte de stroom van landverhuizers zich vervolgens. Met een vriend trok Jan Gorus de binnenlanden van Australië in. In een krantenverslag in de Nieuwe Winterswijksche Courant van 11 januari 1922 staat vermeld, dat zij indertijd hun hele hebben en houden op een kameel hadden geladen.

In 1878 was de fotograaf Jan Gorus al in goede doen geraakt. Hij kocht het landgoed Eschol, genoemd naar het beloofde land “Eshcol”, een gebied met wijngaarden. De historie van dit landgoed gaat verder terug: De eerste delen van het oudste gebouw, een cottage, werden rond 1816 gebouwd door de toenmalige eigenaar Mark Millington. In 1817 verkocht Millington ca. 12 ha. land aan Thomas Clarkson die het eigendom uitbreidde tot ca. 1300 ha. Hij bouwde een uit 2 verdiepingen bestaand pakhuis dat nog steeds bestaat. In latere jaren kreeg het landgoed de naam Farm of Eagle Vale, genoemd naar een nabijgelegen dorpje. Toen William Fowler, een overtuigd Christen het grote gebied in 1850 kocht, noemde hij het gebied Eschol Park en legde de wijngaarden aan. De oorspronkelijke naam werd veranderd in “Eshcol”. Deze naam is in kerkregisters terug te vinden maar is verbasterd tot Eschol. Fowler bouwde een uit twee ruimten bestaande kelder in de heuvel die ten zuiden van het huis ligt en nog steeds bestaat. In 1876 verkocht William Fowler het hele landgoed aan Samuel Spencer Milgate die een productiebedrijf in de Queen Street in Campbelltown bezat.

Twee jaar later verkocht Milgate het langoed door aan Jan Gorus die de wijntraditie voortzette. De wijnen wonnen vele gouden en zilveren medailles tijdens de Parijse wijntentoonstelling van 1885. Binnen 10 jaar werden er jaarlijks 10000 ltr tot 15000 ltr. wijn geproduceerd van zeer hoge kwaliteit. Terwijl Jan Goris de eigenaar was, werd de wijngaard gepacht door Hardie en Gorman. In 1890 werden de wijngaarden in het gebied zwaar getroffen door de phylloxera ziekte, waardoor ook de wijngaarden van Eschol Park volledig werden verwoest. Jan Gorus heeft er tot zijn dood geleefd. Hij overleed in 1916 te Parramatta bij Sydney in Australie.

Jan bleef voortdurend in briefwisseling met zijn moeder, die na het overlijden van haar man bij schoenmaker Wessing in de Misterstraat inwoonde, het huis dat begin jaren twintig door notaris F.A. van Eekelen werd afgebroken. Met haar dochter Antje (Anna Maria), die haar later onviel, dreef zij daar een wasserij. Bij de bouw van de R.K.-kerk in 1868 toonde Jan Gorus zijn belangstelling door een belangrijke gift, waaraan de herinnering werd bewaard door een koperen naamplaatsje dat aangebracht werd in één van de zijbeuken van de kerk. Het memorie-register van de St. Jokobusparochie te Winterswijk vermeldt: “14 juli 1871 schonk John Gorus, photograaf te Sydney, de steenen tombe van het Moeder Godsaltaar tot godvruchtig aandenken zijner overledene moeder, zoo als de op de tombe bevestigde koperen plaat vermeldt.” Hendrika Tangelder, weduwe sinds 1851, was in mei 1870 naar Nijmegen vertrokken en vermoedelijk aldaar overleden. Ze werd in Winterswijk begraven. Uit liefde voor haar plaatste Jan bovendien haar familienaam voor de zijne, waardoor de nieuwe familienaam Tangelder Gorus ontstond. Dat was wettelijk mogelijk wanneer de eigen geslachtsnaam dreigt uit te sterven. De toevoeging mag echter alleen vóór de eigen naam worden geplaatst.

Bij raadsbesluit van 6 maart 1941 werd de Verlengde Boterstraat omgedoopt tot Tangelder Gorusstraat. Volgens het straatnaambordje, dat zijn naam draagt, steunde hij het ambachtsonderwijs met een groot legaat. Dat was dan een bedrag van f. 40.000,-- (ca. € 18.000,--). Als dank en ter nagedachtenis werd op 2 oktober 1923 een gedenkteken in de ambachtsschool aangebracht.

Het legaat dat Jan Tangelder Gorus aan de Ambachtsschool naliet werd in de loop van de jaren belegd in vastgoed, t.w. woningen in de Prins Hendrikstraat. Door diverse scholenfusies leek het raadzaam om de bezittingen onder te brengen in een aparte Stichting, waardoor het kapitaal los kwam te staan van de Ambachtsschool. Eind jaren tachtig werden de bezittingen op advies van de toenmalige bankier van de Stichting verkocht en werd het geld belegd in o.a. obligaties. Uit de renteopbrengsten worden jaarlijks activiteiten ondersteund en geïnitieerd die ten goede komen aan het technisch onderwijs in de regio Winterswijk.

Tevens wordt jaarlijks de Tangelder Gorusprijs uitgereikt aan een geslaagde eindexamenkandidaat van de Driemark (waarin de voormalige Ambachtsschool is opgegaan) die zich het meest verdienstelijk heeft gemaakt binnen de school. Criteria die hiervoor worden gebruikt zijn o.a. omgang met medeleerlingen en docenten, sociale betrokkenheid, motivatie en inzet. Vooral de betrokkenheid en inzet voor anderen zijn hierbij met name doorslaggevend.

Juli 2006, Ing. H.G.A. Kip

Voorzitter Stichting B.T.O. Oost-Achterhoek
Bronnen: Gemeentearchief Winterswijk, Archief Scholengemeenschap de Driemark te Winterswijk, www